De drie aspecten van Heer Shiva

In veel tradities staat Shiva vooral bekend als "de vernietiger". De shaiva-geschriften beschrijven hem echter op drie niveaus: Heer Shiva binnen de Trimurti, daarboven SadaShiva, en als hoogste aspect ParamShiva. Dit artikel zet die drie aspecten op een rij en laat zien hoe ze samenhangen met de weg van de ziel naar het Ware Goddelijke Thuis.

De drie guna’s: de bouwstenen van de schepping

Om de aspecten van Shiva te kunnen plaatsen, is het nodig eerst de drie guna’s te begrijpen. Het Sanskrietwoord guna betekent letterlijk “draad” of “streng”. De drie guna’s zijn de strengen waaruit het hele weefsel van de geschapen werkelijkheid is geweven. Volgens de samkhya-filosofie komt alles wat vorm heeft voort uit prakriti, de oernatuur, en prakriti werkt door deze drie krachten.

Sattva – helderheid en evenwicht. Sattva is de kracht van licht, rust, harmonie en inzicht. Waar sattva overheerst, blijft iets in stand: de vorm behoudt zijn samenhang. Op menselijk niveau herken je sattva in een heldere geest, in kalmte zonder loomheid en in het vermogen om iets te zien zoals het werkelijk is. Vandaar dat Heer Vishnu, de instandhouder van de schepping, met de sattva-guna wordt verbonden.

Rajas – beweging en drang. Rajas is de kracht van activiteit, verlangen en initiatief. Rajas brengt in beweging wat stilstaat en drijft naar buiten, naar handelen en voortbrengen. Op menselijk niveau herken je rajas in ambitie, rusteloosheid, hartstocht en de behoefte om iets te maken. Omdat scheppen bij uitstek een daad van beweging is, wordt Heer Brahma, de schepper, met de rajas-guna verbonden.

Tamas – zwaarte en oplossing. Tamas is de kracht van traagheid, zwaarte, duisternis en sluimer. Op menselijk niveau herken je tamas in vermoeidheid, verwarring en onwetendheid. Maar tamas is niet eenvoudigweg “slecht”. Het is ook de kracht waardoor vormen hun samenhang loslaten en terugvallen in hun oorsprong. Zonder die kracht zou niets ooit kunnen eindigen, en zonder einde geen nieuw begin. Om die reden draagt Heer Shiva, verbonden met de tamas-guna, de verantwoordelijkheid voor ontbinding en vernietiging.

Geen van de drie guna’s komt ooit alleen voor. Alles in de schepping is een mengsel waarin de verhoudingen voortdurend verschuiven – van dag naar nacht, van voeding naar gemoedstoestand, van het ene levensmoment naar het volgende. Wat we “het karakter” van iets noemen, is in feite de vaste verhouding waarin de drie guna’s zich daar mengen.

Belangrijk is nog iets anders: de guna’s binden. Zolang een ziel binnen het spel van de drie krachten leeft, blijft zij verbonden aan de geschapen wereld en daarmee aan de kringloop van geboorte en dood. Het uiteindelijke doel is dan ook niet om één guna te bereiken, maar om er alle drie voorbij te gaan – een staat die in de geschriften gunatita heet, “voorbij de guna’s”.

Waarom dit ertoe doet voor dit artikel. De drie aspecten van Shiva liggen precies op deze lijn. Heer Shiva belichaamt de tamas-guna en bevindt zich daarmee binnen de geschapen orde. SadaShiva staat aan de rand daarvan. ParamShiva is voorbij alle eigenschappen en dus voorbij de guna’s.

1. Heer Shiva – het aspect binnen de Trimurti

Heer Shiva is een van de drie godheden die over alle levende wezens in ons lokale universum heersen. Samen vormen zij de Trimurti: Heer Brahma brengt voort, Heer Vishnu houdt in stand en Heer Shiva lost weer op. De drie werken niet na elkaar maar tegelijk – op ieder moment wordt er in de schepping iets gevormd, iets bewaard en iets losgelaten.

Shiva’s taak wordt vaak samengevat als “vernietiging”, maar dat woord doet zijn werking tekort. Wat hij oplost, verdwijnt niet in het niets; het keert terug naar de oorsprong waaruit iets nieuws kan ontstaan. In de traditie wordt dat verbeeld door zijn kosmische dans, de tandava, waarin afbraak en vernieuwing één beweging zijn. Vernietiging is hier de keerzijde van vernieuwing.

In zijn verschijning verenigt Heer Shiva twee dingen die elkaar lijken uit te sluiten. Hij is de asceet die zich in volstrekte eenzaamheid terugtrekt in de bergen, en tegelijk de huisvader met een gezin. Hij heeft een gemalin, Parvati, en twee zonen: Heer Kartikeya en Heer Ganesha. Hun rijk heet Shivlok (of Sivalok). Die dubbelheid is geen tegenstrijdigheid maar een aanwijzing: onthechting vraagt niet om terugtrekking uit het leven, maar om innerlijke vrijheid middenin het leven.

Binnen het chakrasysteem verblijft Heer Shiva in de hartlotus, het twaalfbladige chakra ter hoogte van het hart. Daar is hij doorgaans verzonken in meditatie. Dat is een aanwijzing voor de beoefenaar: wie zich innerlijk op het hart richt en daar stil wordt, nadert de plek waar dit aspect van Shiva zich laat kennen.

2. SadaShiva – het aspect van de vijf werkingen

SadaShiva is een hoger aspect van Shiva. De naam betekent “altijd-Shiva”, of “de eeuwig goedgunstige”, en dat wijst al op het verschil met het vorige niveau. Waar Heer Shiva één taak binnen de Trimurti vervult, omvat SadaShiva het hele proces.

De agama-geschriften beelden SadaShiva af met vijf gezichten: Sadyojata, Vamadeva, Aghora, Tatpurusha en Ishana. Elk gezicht staat voor één van de vijf goddelijke werkingen (panchakritya): voortbrengen, in stand houden, oplossen, verhullen en genade schenken. Vooral de laatste twee zijn opmerkelijk. Verhullen is de werking waardoor de ziel haar eigen goddelijke aard tijdelijk vergeet, wat het bestaan in een afgescheiden wereld pas mogelijk maakt. Genade is de werking waardoor die sluier weer wordt weggenomen. Beide worden hier gezien als het werk van dezelfde kracht.

De gemalin van SadaShiva is de godin MahaGayatri, een vorm van Parvati die in de agama-geschriften vaak Manonmani wordt genoemd. Die naam laat zich lezen als “voorbij de geest” – wat aangeeft op welk niveau dit aspect zich bevindt: aan de grens waar het denken ophoudt.

De berg Kailash geldt als de verblijfplaats van SadaShiva en als de poort die vanuit BrahmaJyoti toegang geeft tot ParBrahmanda – het gebied waar een nóg hogere vorm verblijft: ParamShiva. SadaShiva vormt daarmee de overgang. Onder hem ligt de geschapen wereld met haar veelheid; boven hem begint wat aan die veelheid voorafgaat.

3. ParamShiva – het aspect voorbij alle eigenschappen

Binnen de Shaiva Siddhanta en het Kashmir-shaivisme geldt ParamShiva als het hoogste aspect van Shiva. Daaronder bevinden zich de oorspronkelijke Shiva, samen met Parashakti, en SadaShiva met zijn zeven shakti’s.

Van dit aspect valt strikt genomen niets te zeggen. De geschriften noemen ParamShiva voorbij alle eigenschappen en voorbij het bereik van het menselijk begrip – en daarmee ook voorbij de drie guna’s, die immers eigenschappen van de geschapen natuur zijn. Hij wordt zowel de bron als de bestemming van alles genoemd: waar de schepping uit voortkomt en waarheen zij terugkeert.

Het Kashmir-shaivisme beschrijft de werkelijkheid – met al haar verscheidenheid en beweging – als het spel van één enkel beginsel: ParamShiva. De twee kanten van die ene werkelijkheid zijn onlosmakelijk verbonden: Shiva en Shakti. Shiva is het onbewogen licht van bewustzijn; Shakti is datzelfde bewustzijn dat zichzelf kent en zich als wereld uitdrukt. ParamShiva verschijnt dus als de wereld door zijn eigen scheppende kracht. De wereld staat in deze visie niet tegenover het goddelijke, maar is er de zichtbare beweging van.

Dat beeld keert terug in de vorm van de shivalingam: het bovenste, ovale deel verwijst naar ParamShiva, het voetstuk naar Parashakti. Twee vormen, één werkelijkheid.

Het ParamShiva-pad is een van de belangrijkste ParBrahmanda-paden die zielen bewandelen op weg naar het Ware Goddelijke Thuis in Sat Lok (Sach Khand).

De vader en moeder van Heer Shiva

Heer Shiva – de laagste vorm van Shiva – heeft ouders. Zijn vader is Heer Brahm (Kal Niranjan) en zijn moeder is de godin Durga.

Let op het naamsverschil. Brahma is de schepper binnen de Trimurti. Brahm (Kal Niranjan) is de heerser over het gehele Brahmanda-gebied en de vader van Shiva. De namen lijken sterk op elkaar, maar het gaat om twee verschillende wezens.

De levensduur van Heer Shiva bedraagt 4900 goddelijke jaren. Omgerekend komt dat neer op 15.240.960.000.000.000 aardse jaren – ruim vijftien biljard. Eén goddelijk jaar staat hier gelijk aan één jaar van Brahma: 360 maal een dag en nacht van Brahma, die samen 8,64 miljard aardse jaren beslaan. Hoe onvoorstelbaar lang die periode ook is, zij heeft een einde. Ook dit aspect van Shiva blijft daarmee binnen de tijd, en binnen de kringloop.

Hoe kan Heer Shiva ons helpen?

Wie de mantra Om Namah Shivaya reciteert, kan zich afstemmen op het ParamShiva-pad en zo opstijgen naar de hogere aspecten van Shiva: SadaShiva en ParamShiva. De mantra werkt daarmee niet alleen als verering, maar ook als richtingaanwijzer omhoog.

Vanuit de guna’s bezien is er nog een tweede beweging. Een leven dat overwegend door tamas of rajas wordt gedreven – door zwaarte, of door voortdurende onrust – laat weinig ruimte voor meditatie. Sattva vergroten door rust, matiging en heldere aandacht maakt de geest geschikt voor innerlijk werk. Sattva is niet het einddoel, maar wel de drempel die eerst overschreden moet worden.

Tegelijk is het goed om het grotere geheel voor ogen te houden. Heer Shiva in zijn laagste vorm behoort tot de Trimurti en bevindt zich zelf nog binnen de kringloop van geboorte en dood. Ook hij vereert een hogere God: Sat Purush. Sat Purush staat buiten die kringloop, heeft alles geschapen en is de bron van al wat bestaat. Wat de drie aspecten van Shiva ons laten zien, is dan ook een richting: van het geschapene, via de grens ervan, naar dat wat aan alle schepping voorafgaat.

Bron: divinemarga.com/post/who-is-lord-shiva · Vertaald en geredigeerd met toestemming van de eigenaar.

Next
Next

Jezus Christus — Avatar van de Goddelijke Liefde